Vergrijzing arbeidsaanbod beïnvloedt concurrentiepositie bedrijven
21-4-2009
Bedrijven zullen hun werkgelegenheidsstructuur moeten aan passen aan de nieuwe (leeftijds)verhoudingen op de arbeidsmarkt. Dit zal ook gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van die bedrijven. Voor sommige bedrijven zal de concurrentiepositie verslechteren, terwijl die voor andere bedrijven juist verbetert.
Door de ontgroening neemt het aanbod van jongeren op de arbeidsmarkt af, terwijl door de vergrijzing het aanbod van ouderen juist zal toenemen. Dit zal gevolgen hebben voor de lonen, die op hun beurt weer van invloed zijn op de vraag naar arbeid vanuit bedrijven. Uiteindelijk ontstaat een nieuw evenwicht op de arbeidsmarkt, met een andere leeftijdssamenstelling van het personeel binnen bedrijven dan nu het geval is. Hierbij gaan deze veranderingen en aanpassingsprocessen niet alleen gepaard met veranderingen op het terrein van de loonkosten, maar ook met veranderingen in de arbeidsproductiviteit. De veranderingen in loonkosten in combinatie met die in de arbeidsproductiviteit hebben gevolgen voor de loonkosten per eenheid product. Deze ontwikkelingen geven een beeld van de mogelijke gevolgen voor de concurrentiepositie van bedrijven.
In de EIM-studie 'Toekomst concurrentiepositie MKB' zijn de gevolgen van de vergrijzing voor de concurrentiepositie van bedrijven op basis van modelanalyses voor de periode tot 2020 doorgerekend. De conclusie is, dat de loonkosten per eenheid product in het kleinbedrijf als gevolg van de vergrijzing gaan dalen. Dit betekent overall gezien een verbetering van de concurrentiepositie van het kleinbedrijf. In het grootbedrijf treedt juist het omgekeerde effect op: de loonkosten per eenheid product zullen stijgen, waardoor de concurrentiepositie verslechtert. In het middenbedrijf zijn de veranderingen miniem. In het onderzoek zijn de effecten ook gedifferentieerd naar een aantal sectoren.
Alhoewel in deze studie voor het eerst de gevolgen van de vergrijzing worden gekwantificeerd zijn nog veel vragen onbeantwoord. Bijvoorbeeld: wat moeten kleine bedrijven doen om deze verbetering van de concurrentiepositie ook daadwerkelijk te realiseren? En wat kunnen grote ondernemingen doen om een verslechtering van de concurrentiepositie te voorkomen? En hoe pakken de effecten uiteindelijk uit voor de Nederlandse exportpositie?
Uit het onderzoek blijkt in elk geval, dat het belangrijk is dat werkgevers en brancheorganisaties zich nu al voorbereiden op de toekomst. Het vinden en behouden van (goed) personeel wordt steeds belangrijker, zeker om de concurrentiepositie te versterken en behouden en de onderneming of branche toekomstbestendig te maken en te houden.
Voor inlichtingen: drs. M.E. Winnubst, 079 322 22 69
Location
http://www.eim.nl/index.cfm/1,140,388,0,html
Copyright © EIM 2010
